
8 - Ontroering in Coaching
8 - Ontroering in Coaching
Geschreven door Adriaan Hoogendijk donderdag 01 september 2011 18:25
Uw coach was in de Zwitserse bergen. Dat betekent ontroering om de adembenemende vergezichten. En de energie voelen die de bergen als het ware op je afsturen. Het lijken wel persoonlijkheden, die grote oerbulten van Moeder Aarde. Sommige dorpen kun je alleen bereiken via een spiraalvormige tunnel omhoog, uitgehakt binnen in een berg, andere dorpen kunnen worden bezocht met tandradtrein of kabelbaan.
Een koe per kabelbaan?
Ik vergat steeds te vragen hoe toch in hemelsnaam die koeien boven komen, wanneer ze in de lente verhuizen naar de zomerboerderijen op de bergen. Klimmen die ook de kabelbaan binnen? En komt er wel eens een koe de berg afrollen? Daar had nog nooit iemand van gehoord. Ze staan stevig te grazen op de groene hellingen.
En plotseling kan, wandelend op zo’n berg, oud verdriet naar boven komen. Hoe zouter de tranen, hoe ouder het verdriet. Het was mogelijk geworden door de ontroering. Het laat los als vanzelf en Moeder Aarde leeft van dat wat wij transformeren en loslaten, hoorde ik laatst van iemand. De aarde vangt het dus met liefde op.
Coaching en ontroering
Als ik na een coachingsgesprek het gevoel heb dat ik zelf van het gesprek niets heb geleerd, dan kan ik onzeker worden over de kwaliteit van het gesprek. Leren geeft een grondhouding van openheid en tegelijk ontstaat er ook openheid voor de andersheid van de cliënt in kwestie. Juist de andersheid, het specifieke vraagstuk van de cliënt en dat standaard-antwoorden niet opportuun zijn, dat inspireert tot nieuwe vragen.
Vaak ben ik verbaasd over de vragen die ik de cliënt stel. Het lijkt alsof mij per gesprek vijfentwintig nieuwe coachingsvragen te buiten schieten. Zo ook de huiswerkopdrachten. Ik laat mij inspireren door de belangrijkste thematiek van het gesprek en probeer een zinvolle opdracht te formuleren. Vaak één die interactie nodig heeft met vertrouwelingen privé, dan wel met collega’s op het werk.
Ontroering en ‘oude wijsheid’
De laatste opdracht die ik een cliënt vóór mijn vakantie meegaf luidde: “Vraag je vriendin, je beste vriend en je aanstaande reisgenoten naar hun mening over de ‘oude wijsheid’ die jij met je meedraagt!” Ik ben heel benieuwd hoe zijn ervaringen met deze opdracht zullen zijn.
Over ontroering gesproken, ik had regelmatig een woordenspel met één van de studenten in mijn Opleiding tot Relatiecoach over het gebruik van de tissues. De tissues, meldde ik haar, zijn er eerder voor de coach dan voor de coachee. Zij vond het aanvankelijk een merkwaardige stelling. Later konden we daar hartelijk om lachen.
Een ‘wounded healer’
Maar het gaf te denken. Een coach voelt soms eerder het verdriet van de coachee dan de coachee dat zelf kan voelen. De coach bij wie dat zo werkt is vaak hoog sensitief (ook maar een etiket!) en een ‘wounded healer’. De vraag is hier: hoe kun je je empathische sensitiviteit professioneel inzetten, zoals dat een senior coach waardig is?
Dat kan, door regelmatig terug te keren naar de vraag van de coachee en de doelstelling(en) van het coachingstraject. Coaching is doelgericht, maar vraagt om een regelmatige afdaling naar existentieel niveau. Dat is schakelen geblazen, maar met je hart.
Het metagesprek
Op de tweede plaats moet er ook geschakeld kunnen worden tussen het inhoudelijke gesprek en het metagesprek, dus het gesprek over wat er zoal speelt tijdens het gesprek aan gevoelens van de coach of van de coachee, aan weerstand bieden, afhaken, onnodige herhalingen, en dergelijke. Ook hier is de openheid van het hart en voor ontroering cruciaal.
Op de derde plaats betekent de ontvankelijkheid voor ontroering ook een alert zijn op lichamelijke gewaarwordingen. Het lichaam van de coach als coachingsinstrument. Ik zeg wel eens gekscherend, dat ik de cliënt op de hoogte houd van wat er in mijn lichaam gebeurt. Wanneer ik dit doe, is mijn ervaring dat de cliënt het altijd opvat als betekenisvol ten aanzien van zijn eigen proces. Ik hoef dat nooit uit te leggen. Het lichaam is een helderder spreekbuis voor de ziel en voor zielskwaliteiten dan het verstand.
De intuïtieve invallen
Op de vierde plaats moet het belang van het ‘innerlijke kind’ worden genoemd. De mate waarin wij een liefdesrelatie hebben opgebouwd met ons innerlijk kind, een verzamelterm voor de vrije en creatieve kinderen in ons, maar ook voor de jongetjes en meisjes die wij vroeger langs de kant van de weg hebben laten staan, is cruciaal voor de professionele kwaliteit van de coach. Het innerlijk kind is de poort tot onze diepere zielskwaliteiten.
Op de vijfde plaats heeft natuurlijk ook het mentale niveau een functie. Ons brein is de instantie die het meest moet worden gewantrouwd. Het is de instantie die onze weerstanden, onze afweer, onze angsten en andere innerlijke hindernissen vakkundig (bijna wetenschappelijk) kunnen onderbouwen. Naarmate ons brein verlost wordt van dit soort theorieën en desastreuze overtuigingen, komt er meer ruimte voor intuïtieve invallen, beelden en andere vormen van inspiratie, die buitengewoon relevant zijn voor wat er nodig is in de coaching van de cliënt. Dat betekent een fijnmazige oplettendheid.
Ontroering en ziellskwaliteiten
Op de zesde plaats is de openheid van ons hart cruciaal in ieder hier en nu tijdens het coachingsgesprek. Nodig voor de mildheid en voor de relativering van oordelen. Voor het voelen dat ieder mens zo zijn best doet in zijn worsteling om mens te zijn. Liefst authentiek en liefst gelukkig.
Op de zevende plaats kunnen we zeggen dat ontroering sowieso contact betekent met onze ziel. Ontvankelijkheid voor ontroering opent het communicatiekanaal met de ziel en zo ontstaat er tegelijkertijd ruim baan voor de concretisering van diepere zielskwaliteiten, zoals bijvoorbeeld de ‘innerlijke genezer’ in ons. Zo kan de Magie van Coachen in werking treden.
-o-o-o-





